MSCPacific
Home    Beurskalender    Club projecten    Projecten van leden    Contact   Links   Login


De modelbaan van Wervik is begonnen als een initiatief van twee vrienden en
groeide het project al snel uit tot een clubgebeuren.
Wervik is een station gelegen langs de spoorlijn 69.

Fig: Het station van Wervik op een koude winterdag.



De modelbaan.

In de club hadden we een modulair systeem ontworpen in de trend van het Duitse Fremo systeem maar dan tweesporig.
Twee leden bouwden een groot station en Wervik was bedoeld om later in dit modulair systeem opgenomen te worden zodat we,
mits enkele 'vrije baan' modules, tot een grote modulaire baan zouden komen. Uitgegaan werd dat het station Wervik zou
gebouwd worden zoals er het midden de jaren vijftig van vorige eeuw had bijgelegen.


Heden ten dage is Wervik enkel nog een 'bediende stopplaats' aangezien er geen enkele wissel meer ligt en er dus ook geen
sein of seinpost meer is. Maar in de vijtiger jaren was dit toch een redelijk druk station. Er was een goederenkoer met drie
sporen en een'rampe', weegbrug en laadmal. Daar werd vooral tabak en vlas verhandeld, maar ook aardappelen, suikerbieten en
voor de zeepziederij 'Flandria' werden ook poeders in zakken en ander chemisch spul verhandeld.
En er was zelfs een 'raccordement' naar de vlak naast het station gelegen plaatselijke kolen handelaar die bijna dagelijks werd bediend.

Fig: Een locomotief van de reeks 59 staat in het station van Wervik
Fig: Een T64 rijdt met een reizigerstrein richting Wervik.


Zoals op het plan hieronder te zien is, bestaat Wervik uit vijf modules van 1m breed en 60 cm diep.
Door de te geringe diepte kon het derde koerspoor niet worden gelegd. Een diepte van 75 cm ware dus beter geweest.
Ook hadden we een zesde module moeten maken en die tussen de derde en vierde in moeten plaatsen zodat de goederenkoer getrouwer had geleken. Gedane zaken nemen geen keer zegt men, maar dit was niet het geval met de elektriciteit van de baan.

Fig: Het baanplan van Wervik.


De deelname aan een eerste expo was een harde leerschool. We werden zonder pardon op de fouten aan onze baan gewezen.
Eén daarvan was het ontbreken van een eigen verlichting, en een tweede was een achtergrond.
Aan deze laatste werd rap voldaan maar de eigen verlichting zorgde voor flink wat hoofdbrekens en zelfs een ‘witte’ nacht.
Enkele ontwerpen werden uitgeprobeerd maar geen enkele voldeed. Ofwel waren ze te log, ofwel te licht zodat de fries
op halfzeven kwam te hangen. De keuze van de lichtbron was al even moeilijk.

  Gloeilampen worden te warm, spots geven een te direct licht,
  TL lampen in hun armatuur wegen te zwaar. Uiteindelijk, na die ‘witte’ nacht,
  probeerden we het met aluminium profielen en die bleken aan alle eisen te voldoen,
  licht, sterk en makkelijk op te stellen en af te breken zonder al teveel gevijs en geschroef.
  Tevens vonden we een manier om een TL armatuur lichter te maken.
  De tekening geeft een dwarsdoorsnede van de baan en verlichting.

  Eerst werd de baan analoog aangestuurd met een zelfgebouwde regelaar op
  een controleconsole. Dit bleek niet bijzonder werkbaar en algauw werden
  de regelaars en de wisselbedieningen op een ‘walk-around’ controller gezet wat prima werkte.
  De tijden veranderen en zo deed DCC ofte digitaal zijn intrede in Wervik.
  Dit behelsde een pak werk wat eigenlijk meer afbraak dan opbouw was,
  immers nu moest er geen rekening meer gehouden worden met verschillende stroomkringen.

  Tegelijkertijd zijn de Peco wisselaandrijvingen uitgebouwd daar deze ‘zotte kuren’
  begonnen te krijgen.Niettegenstaande de ruime mogelijkheden van DCC kozen wij er toch voor
  om seinen en wissels niet digitaal aan te sturen. De wissels worden met de hand verlegd
  door middel van trekstangen, die ook een microswitch bewerken die zorgt voor de
  polarisatie van de hartstukken van de wissel.

De seinen worden aangedreven met Conrad motoren en bediend van op de zijkant van de module waar het sein staat. Het zichtbare deel van de baan wordt bediend door 2 mensen met een walk-around controller, die elk één rijrichting voor hun rekening nemen. Het opstelstation is in 2 groepen van 6 sporen verdeeld met een lengte variërend tussen 340cm en 540 cm zodat 2 tot 3 treinen na elkaar op hetzelfde spoor kunnen staan.

De wissels zijn in de ene richting van Roco en voor de andere richting van Peco. De aandrijving gebeurt met Conrad wisselmotoren die worden aangestuurd via een draaischakelaar met dioden matrix in de bedieningsconsole, die bovendien nog een LED-display uittekent. Het opstelstation wordt door één man bediend die de treinen laat vertrekken en deze op snelheid brengt. Dan verwittigt hij, via intercom, de persoon vooraan dat een trein in zijn richting komende is zodat deze de trein kan overnemen om, eventueel te stoppen in het station.

Fig: T64.084 met bakwagons aan de haak verlaat station Wervik richting Menen.



Het tractiematerieel.

Het locomotieven park bestaat grotendeels uit standaard Roco en Fleischmann locomotieven die allemaal zijn omgebouwd tot Belgische modellen, en waarbij op geen detail min of meer is gezien. Bij sommige modellen betekende dit dat er links en rechts onderdelen dienden afgesneden of zelfs afgezaagd, om daarna door correcte nieuwe stukken te worden vervangen. Op de baan rijden evenwel ook enige locomotieven van Jocadis met name: Typ 7, Typ 10, Typ 16, Typ 40 en de rangeerdiesel Typ 250.


Het rollend materieel.

Bij het reizigers materieel waren er niet al te veel problemen daar de laatste jaren heel wat Belgische rijtuigen in HO worden en werden aangeboden. Enkel ouder ex-DRG materieel, bijvoorbeeld “Donderbussen” en “PrC3” werden eerst onder handen genomen om hun Belgisch uiterlijk te krijgen.

Het goederenbestand… Dat was een ander paar mouwen. Op onze eerste deelnames aan tentoonstellingen was het nog een bont allegaartje van voornamelijk tijdperk IV wagons met duizend en één verschillende min of meer compatibele koppelingen die op de meest ongeschikte momenten dienst weigerden. Hier moest en zou iets aan gedaan worden. Gezien de hoge standaard van afwerking van gebouwen en locomotieven konden we hier niet achterblijven en werd een groot “terug in de tijd” plan opgesteld. Bijna alle wagons gingen de werkplaats in om te worden gedemonteerd en te ontverven.

De onderstellen werden van hun koppelingen ontdaan en kregen Kadee koppelingen ingebouwd. Bij sommige was dit enkel schuif uit, schuif in en klaar. Bij andere moest een stuk uit het chassis worden geslepen om een nieuwe koppelingsdoos te kunnen plaatsen. Om de nieuwe koppelingen te kunnen laten werken, werden op bepaalde plaatsen op de baan ontkoppelmagneten geplaatst zodat er handenvrij gerangeerd kon worden.

Fig: Voorbeeld van een nieuw geverfde wagen met de juiste opschriften.

Voor sommige leden was het wel even wennen, maar eens ze de kneep beet hadden waren ze best tevreden. De wagons zijn op enkele na, in meerdere NMBS-groen en bruin varianten herspoten, en nieuwe correcte opschriften werden aangebracht. Tja die opschriften,dat was vlugger gedacht dan gedaan. Het beste, en enige wat we konden doen was deze zelf ontwerpen.

Om een idee te hebben hoe de opschriften er hadden uitgezien moest menig bezoek gebracht worden aan het NMBS docu-center te Brussel. Een tweede bron van info waren de boeken over de Duitse goederenwagons van Stefan Carstens. Immers eind jaren vijftig reden nog heel wat ex-Duitse goederenwagons rond, die als herstelbetaling aan België werden afgestaan. Eerst werd bezien welke bruikbare (Duitse) wagons we hadden, en dan onder welk type ze bij de NMBS waren ingeschreven, en ten laatste onder welk nummer (van - tot). Door authentieke foto’s te bestuderen kwamen we te weten waar elk deel van een wagonopschrift moest geplaatst worden op onze HO modellen.

Met al deze informatie gingen we aan de slag met behulp van een tekenprogramma op de computer om per wagonreeks een logo en opschriften te maken. Een dubbele nummerreeks waar alle nummers inzaten die we nodig hadden voor deze wagonreeks vulde dit aan. Eens het ontwerp een voldoende kreeg, werd dit op cd gezet en naar de US en New Zeeland verstuurd om er waterdecals te laten maken.

Het aanbrengen van de nieuwe opschriften was een tijdrovend werkje, reken maar 1 uur per wagon, dat om een paar goede ogen en een vaste hand vroeg. Het resultaat overtrof de verwachtingen en kun je ook zien op de baan. De wagons kregen nog een vernislaag om hun nieuwe glimmende staat weg te werken en ze meer ‘gebruikt’ te laten uitzien.




SimpleViewer requires JavaScript and the Flash Player. Get Flash.

Tekst: Bernard Lambert
Foto's: Luc Goeminne, Syx Jean-Marie





Copyright © 2010 MSCPacific